Sinds twaalf jaar woon ik in het zelfde huis.
Sinds twaalf jaar pa sseer ik op mijn weg naar het station een tweedehands platenzaak.
Sinds twaalf jaar zit de eigenaar van die tweedehands platenzaak voor zijn zaak op een klapstoel.
En sinds twaalf jaar groet deze man mij als ik zijn zaak pa sseer, niet.
Het is des te opvallender als die man verder overkomt als een communicatief iemand. Ik zie hem vaak levendig in gesprek met voorbijgangers of buurtenden bekenden.
Niet met mij.
Dit is vele jaren geleden zo besloten.
Je weet hoe dat gaat, deze zaken worden gecommuniceerd door middel van een subtiel maar effectief blikspel, desnoods een aantal keren achter elkaar herhaald totdat het beide betrokkenen duidelijk is wie de contactzoekende en wie de afwijzende is.
Ik heb mijn status van onzichtbaarheid min of meer geaccepteerd – ook ongemak went.
In de loop der tijd kreeg ik een kind.
Hij kreeg een bril.
Ook deze gebeurtenissen brachten geen verandering.
Tot vandaag.
Aan de grote doorbraak ging gisteren een terloopse, subtiele beweging vooraf.
Was het een bouwputje? Een slecht gepa rkeerde fiets? Zoals dat gaat als je in gedachten verzonken op straat loopt en obstakels functioneel ontwijkt zonder waar te nemen waaruit ze eigenlijk bestaan - ik zou niet kunnen zeggen waardoor, maar de weg voor zijn deur was plots versmald.
Het leidde ertoe dat hij zijn in oude gewoonte over elkaar geslagen benen moest ontknopen om mij en mijn kinderwagen te kunnen laten pa sseren.
Een korte, wil zeggen ultrakorte blikwisseling was het gevolg.
Kort en zonder groet, zonder glimlach of andere leukigheid maar blijkbaar genoeg om een twaalf jaar oude structuur aan het wankelen te brengen.
Want vandaag, toen ik met dochterlief uit de dierentuin kwam, de straat overstak en de vertrouwde klapstoel met daarop de vertrouwd over elkaar heengeslagen benen van onder mijn oogleden gadesloeg, toen!
Groette hij mij.
Hij groette mij!
Alsof dat de normaalste zaak van de wereld was.
En ik – groette terug.
Rotterdamse lente!
Ik liep naar huis, met een gevoel van blijdschap alsof ik eindelijk een lastig puzzelstuk heb kunnen plaatsen.
Maar wat er nou echt gebeurde?
Het is mij een van de ontelbare kleine menselijke mysteries.
Mooi. Zoiets heb ik, lang geleden, ook eens meegemaakt.
BeantwoordenVerwijderen